Nieuws

Lage zes

Het is alweer zo’n 8 jaar geleden dat ik de term ‘lage SES’ voor het eerst hoorde. Ik had een overleg met een hoogleraar en een cardioloog. Ze hadden beiden toen al een mooie staat van dienst, een grote deskundigheid en minstens zo’n grote maatschappelijke betrokkenheid.  Ik mocht met ze samenwerken aan een innovatieve tool voor persoonlijke preventie en we spraken over de grote gezondheidsverschillen in de samenleving. In dat kader viel de term ‘lage 6’. Ik schijf het hier maar even op zoals ik het toen hoorde ‘lage 6’. Ik kende de term niet en wist dus niet wat ik hoorde. Maar klaarblijkelijk was er zoiets als een groep mensen met een ‘lage 6’. Die lage 6 was duidelijk geen medische aandoening, maar desondanks  klonk het als iets dat je niet wilde krijgen. Net als je op school vroeger liever geen lage 6 of een 6 min kreeg, dan had je weliswaar geen onvoldoende maar ook geen echte voldoende. Ik begreep het niet helemaal maar ik kreeg de indruk dat er hier een groep mensen een 6 min voor haar leefstijl kreeg, ofwel een zes min voor gedrag. Ongezond gedrag wel te verstaan: teveel eten, drinken, roken en te weinig slapen en bewegen. Tegelijkertijd kon niet geloven dat juist deze maatschappelijk betrokken hoogleraar en cardioloog zo negatief over een hele groep mensen zou oordelen. Dus ik vroeg ze wat ze met die lage 6 bedoelden. Het antwoord was dat lage SES stond voor lage sociaaleconomische status. Enigszins opgelucht en tegelijkertijd wat beschaamd over mijn naïviteit concludeerde ik dat hier inderdaad niet het leven van hele groepen mensen met een 6 min werd weggezet maar dat ik een term helemaal verkeerd had begrepen.

In de loop van de tijd hoorde ik de term lage SES steeds vaker en kon ik deze steeds beter plaatsen. Het was, zo leerde ik al snel, een term die al jarenlang in het statistisch bevolkingsonderzoek en de epidemiologie gebruikt werd. De kracht van de sociaaleconomische status statistiek is dat je er verbanden mee kunt leggen tussen opleiding en financieel kapitaal en zaken als gezondheid, geluk en levensverwachting. Waarbij het overigens wel van belang is dat we van verbanden niet te makkelijk ook oorzakelijke verbanden maken. Gezondheid kan immers zowel een gevolg van of voorwaarde voor een hoge opleiding zijn.

Door haar statistische achtergrond wordt sociaaleconomische status gezien als een sociaal feit en niet als een oordeel over mensen of groepen. Toch blijft de term voor mij op zijn minst ongemakkelijk. De sociaaleconomische status mag dan als feit gepresenteerd worden, neutraal is ze allerminst. Sociaaleconomische status is immers juist bedoeld om verschil te maken tussen groepen mensen, ofwel om te discrimineren. Ze geeft een hiërarchie aan tussen groepen mensen. Iedereen voelt aan dat je beter een hoge dan een lage SES kan hebben. Dat wordt verder versterkt door het verband te leggen met gezondheidsverschillen en levensverwachting: een lage SES betekent niet alleen dat je statistisch gezien minder opleiding, geld en status hebt maar ook dat je minder lang gezond bent en eerder dood gaat. Iedereen wil weg blijven uit het getto van de lage SES. Het leven met een lage SES is een leven dat op zijn hoogst een 6 min krijgt van de statistici maar eigenlijk als onvoldoende beschouwd wordt. Zoals de familie Tokkie geen Tokkie meer genoemd wilde worden toen hun naam synoniem werd voor asociale mensen, zo heb ik heb nog nooit iemand uit de lage SES, zichzelf horen beschrijven met de term lage SES.

Lage SES is naast een statische bruikbaar concept ook een stigmatiserend begrip. Met statistische middelen wordt er een groep gemaakt van mensen die hun leven ‘niet op orde hebben’. De groep ‘lage SES’ bestaat overigens niet in het leven van alledag zoals er wel voetbalclubs, whatsappgroepen of buurtverenigingen bestaan. Lage SES is een virtueel statistisch construct, dat construct heeft echter wel concrete maatschappelijke gevolgen. Ze roept twee onderling verbonden reacties op. Enerzijds is er de veroordeling:  de lage SES krijgt een lage 6 en moet leren zelf haar verantwoordelijkheid te nemen. Iedereen is immers baas over zijn eigen leven en heeft de verantwoordelijk om er zelf iets van te maken. Anderzijds is er de zorgreactie: de lage SES is zwak en kwetsbaar en we moeten die mensen verlossen van hun lot. We moeten de lage SES helpen met haar leefstijl en zo de gezondheidsverschillen wegnemen. Beide reacties zijn even paternalistisch. De elitaire hoge SES oordeelt over en zorgt voor de lage SES. Wat vinden de mensen die schuil gaan achter de lage SES statistiek zelf van hun leefstijl, hun mogelijkheden en hun status? Wat zouden zij willen veranderen en waar zouden zij hulp kunnen waarderen? Dergelijke vragen en belangrijker nog de antwoorden daarop van de mensen die het betreft, mis ik in het denken over leefstijlzorg, e-health en persoonlijke preventie. Dat kan tot gevolg hebben dat alle investeringen in dergelijke innovaties weggegooid geld is, omdat ze niet aansluit op de behoeften, wensen en gebruiken van beoogde gebruikers. Het kan zelfs zijn dat het gebrek aan respect en aandacht in combinatie met het teveel aan paternalisme en stigmatisering tot geuzengedrag leidt. Hoe dan ook geldt: als je ons niet begrijpt kan je ons ook niet helpen.

Als toegift daarom een carnavalskraker vol leefstijl en levenswijsheid. Kijk en luister er naar met plezier en respect en neem daarbij de Cruijffiaanse wijsheid te harte: je gaat het pas zien als je het door hebt.

Michiel van Well

Health Innovator

Meer Nieuws